Kleur & Textuur

Flexa doopt deze blauwtint tot kleur van het jaar

· 5 min leestijd

Elk najaar kiezen de grote verffabrikanten hun kleur van het jaar, en meestal is dat een voorzichtige middenweg waar niemand van opkijkt. Dit keer niet. Flexa koos voor 2026 voor het eerst in zijn bestaan geen losse kleur, maar een hele kleurfamilie: drie blauwtinten onder de naam Rhythm of Blues. Histor ging intussen een heel andere kant op, met een geelgroene tint die eerder aan een botanische tuin doet denken dan aan een verfpotje. Twee merken, twee tegenovergestelde keuzes, en allebei zeggen ze iets over hoe je woonkamer er volgend jaar uit kan gaan zien.

Flexa kiest voor het eerst een hele kleurfamilie

Rhythm of Blues bestaat uit drie indigoblauwe tinten die elk hun eigen karakter hebben. Slow Swing is de donkerste van de drie, een diepe blauwtint die je woonkamer meteen meer gewicht geeft. Mellow Flow is de zachte variant, een rustige blauwtint die prima werkt als basiskleur voor een hele muur. Free Groove is de levendigste van het drietal en leent zich beter voor een accent dan voor vier wanden.

Flexa onderbouwt de keuze met onderzoek van het eigen ColorLab, waaruit blijkt dat mensen enerzijds rust en verbinding zoeken, maar anderzijds ook ruimte willen voor lef en speelsheid. Door drie tinten naast elkaar te zetten in plaats van één, kun je zelf kiezen hoe stoer of hoe ingetogen je het wil. Blauw combineert bovendien met vrijwel elke interieurstijl, zolang je donkere en lichte accenten mengt en het aanvult met natuurlijke materialen als hout, rotan en linnen.

Wil je dit zelf uitproberen zonder meteen een hele muur te verven? Begin met een paar accessoires in Mellow Flow en bouw van daaruit op. Zo zie je eerst hoe de kleur zich gedraagt bij jouw lichtval, voordat je een grotere beslissing neemt. Dat is ook precies waarom bordeauxrood vorig seizoen zo goed aansloeg: ook die kleur werkt het best als je 'm laag voor laag opbouwt in plaats van in één keer alles te verven.

Histor gaat de andere kant op met Secret Safari

Terwijl Flexa het rustig houdt, kiest Histor voor energie. Secret Safari is een middentoon geelgroen met een subtiele limoen-ondertoon, oorspronkelijk ontwikkeld door het Amerikaanse verfbedrijf PPG onder kleurcode PPG1110-4. PPG noemt het zelf een tint met een "weelderige, botanische uitstraling, die aardse elegantie combineert met levendigheid", en dat is precies wat je ziet: bij daglicht oogt de kleur kalm en fris, terwijl hij in een schaduwrijke hoek juist dieper en groener wordt.

Dat maakt Secret Safari anders dan de mosgroene tinten die de afgelopen jaren overal opdoken. Waar mosgroen vooral gedempt en aards is, trekt Secret Safari net iets meer naar geel en oogt daardoor levendiger. Heb je al mosgroen in je woonkamer en twijfel je of je nog een groene muur aandurft? Zet de twee kleuren naast elkaar op een verfkaart voordat je kiest, het verschil is groter dan je op een foto zou denken.

Net als bij blauw werkt deze tint het best in combinatie met hout en geweven stoffen in zandtinten. Een eetkamerstoel met rotan vlechtwerk of een vloerkleed van jute haalt de warmte uit de kleur, terwijl een te koele, gladde afwerking de kleur eerder kunstmatig laat ogen.

Waarom twee merken nu zo uiteenlopende keuzes maken

Dat Flexa en Histor zo ver van elkaar af zitten, is op zich al een signaal. Na een paar jaar waarin grijs en beige de norm waren, durven verffabrikanten weer kleur te tonen, maar ze zoeken het niet meer allemaal in dezelfde richting. De ene helft van de markt kiest voor rust en kalmte, de andere helft voor energie en natuurlijkheid. Allebei bouwen ze wel voort op dezelfde aardse basis die al een paar jaar de ondertoon vormt: terracotta, zand en diepbruin blijven de stille motor onder vrijwel elk kleurenpalet van dit moment.

Je ziet dat ook terug als je kijkt naar wat er al langer goed werkt in huis. Espresso-bruin geeft een interieur bijvoorbeeld al langer die warme uitstraling waar nu ook blauw en geelgroen op worden afgestemd. Deze nieuwe kleuren vervangen die aardse basis dus niet, ze bouwen erop verder.

Zo combineer je deze kleuren zonder dat het druk wordt

Het risico bij een opvallende kleur van het jaar is dat je woonkamer er al snel uitziet als een verfstaal in plaats van een thuis. Houd daarom één kleur leidend per ruimte. Kies je voor blauw, laat de rest van de kamer dan grotendeels neutraal en gebruik hout als tegenwicht, van lichte eiken vloeren tot een donkere notenhouten salontafel. Kies je voor Secret Safari, doe dan hetzelfde met zandkleurige stoffen en een houten kast of tafel in een warme, matte afwerking.

Een veelgemaakte fout is om beide kleuren in dezelfde ruimte te combineren zonder overgang. Dat kan wel, maar dan heb je een derde, neutrale kleur nodig om de twee te scheiden, bijvoorbeeld een romige witte muur of een houten kastenwand. Zonder die buffer vechten blauw en geelgroen om de aandacht en wint geen van beide.

Begin klein als je niet zeker weet of de kleur bij je past. Een paar kussens, een vaas of een enkele fauteuil in de nieuwe kleur geeft je een eerlijker beeld dan een verfkaart onder kunstlicht in de winkel. Pas als die kleur na een paar weken nog steeds goed voelt, is een hele muur de volgende stap.

Welke kleur past bij jouw woonkamer

Zoek je rust na een drukke dag, dan is Rhythm of Blues de logische keuze, zeker in de rustigste tint Mellow Flow. Wil je juist dat je woonkamer energie geeft in plaats van opneemt, dan past Secret Safari beter, vooral in een ruimte met veel daglicht waar de groene ondertoon tot zijn recht komt. Twijfel je nog, dan is er niets mis mee om dit jaar bij de aardse basis te blijven en alleen een paar accessoires in blauw of geelgroen toe te voegen. Die kun je volgend jaar altijd nog inruilen voor iets anders, een muur verven doe je niet elk seizoen opnieuw.

C
Geschreven door Charlotte Peeters Trends redacteur

Charlotte heeft een onvermoeibare nieuwsgierigheid naar hoe mensen in België en Nederland hun huizen inrichten, en ze volgt woonbeurzen, designweken en interieurmagazines met de toewijding van een detective op een zaak. Haar Vlaamse roots geven haar een liefde voor vakmanschap en eerlijke materialen, terwijl haar reizen door Europa haar een brede designblik hebben gegeven die verder reikt dan de Benelux. Ze vertaalt internationale woontrends naar bruikbare tips die je direct in je eigen huis kunt toepassen, zonder dat je er een architect voor hoeft in te huren. Charlotte heeft een zwak voor Scandinavisch minimalisme maar kan ook genieten van een goed geplaatst barok detail, want regels zijn er volgens haar om met smaak te breken. Ze schrijft het liefst aan haar grote eettafel in Gent, omringd door precies het soort interieur waar ze zo graag over schrijft.